Stel je voor, een nacht zonder einde.
Geen sterren, geen maan, alleen de leegte.
Je loopt door een landschap zonder contouren, waar elke stap zwaarder voelt,
alsof de grond zich vastklampt aan je voeten.
Er is geen geluid, behalve je adem, die klinkt alsof hij niet van jou is.
Je vraagt je af of het altijd zo was,
of je ooit het licht hebt gekend.
Misschien is het herinneren gevaarlijk,
een afgrond waar je niet in wilt kijken.
Maar ergens diep in je borst voelt het alsof iets beweegt,
een vonk die weigert te doen.
Misschien is dat genoeg.
Misschien draag je het licht in jezelf,
klein en breekbaar, maar onuitwisbaar.
En misschien, zelfs als de nacht eeuwig is, ben jij dat niet.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem