Een blik,
leeg, waar eens vuur woonde.
Handen,
rustend, zonder zoeken.
De lucht,
stil, geen dromen meer om te dragen.
De nacht,
een deken zonder gewicht.
Wat blijft,
is geen gemis,
maar een ruimte
die zichzelf vult met niets.
Als het verlangen
niet langer verlangd,
wordt de stilte de enige adem.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem