Buitenlust, Buitenrust
Buitenoord, Buitenhof
Buitenzorg, Buitenland
we sluiten buiten
om binnen veilig
we sluiten uit
omdat we bang
en als we buiten
toch iets moeten
staan we in de buitenslang
al de bomen moeten kort
mogen niet naar Hemel snakken
mogen niet gestrekte takken
en krom om dat mag ook niet
zoals de heesters tot priëlen
zonder gouden gorsjes kelen
zonder een insect of vlieg
zonder schone werkbij
en een wesp er bij of hommel
alles moet gedecimeerd
wat in onze ogen doornt
wat in onze malheid toornt
niets mag groeien
alles moet bloeden
op spitsroeden lopend
niets mag groeien
dan behalve wij
alles moet maar niets hoeft
zeggen dan die binnenvetters
spreken dan die wettenletters
scheurend zo de letterketters
kruistochten gevierd op buren
Oranje Boven, Oranje boven
en nooit beterschap beloven
ogen die steeds tureluren
want er is niets op teevee
en het zit toch ook nooit mee
en dan nog die slimme bel
want de mens is slim jawel
geeft je naam en toenaam op
van naderende en passanten
zelfs van het gezicht op fiets
biometrisch door het hoedje
ach ‘t is alles niet voor niets;
kruistochten gevierd op buren
ogen die steeds tureluren
want er is niets op teevee…..
en het zit toch ook nooit mee! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem