De wind strijkt langs de stammen,
blaadjes ritselen, dansen in het licht.
Tak na tak buigt mee,
een stille fluistering van de tijd.
Soms een schok, een ruk,
dan weer een zachte wieg.
Als handen die wijzen,
naar iets wat net buiten bereik ligt.
De lucht ruist tussen het hout,
een gesprek zonder woorden.
En toch, wie luistert,
hoort alles.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem