In stilte glijdt de tijd voorbij,
een schaduw van wat ooit was vrij.
De kamer vult zich met een kil geluid,
een stem die nooit echt roept of schreeuwt.
Geen hand die reikt, geen blik die spreekt,
alleen een leegte die de muren breekt.
De zon schijnt, maar voelt zo koud,
de warmte mist, de wereld oud.
Eenzaamheid sluimert, zacht maar zwaar,
een metgezel die niemand spaart.
Toch, in het diepste van dit dal,
klemt een hoop, een kleine stral.
Misschien, ooit, een woord, een lach,
een nieuwe dageraad, een heldere dag.
Want zelfs in eenzaamheid schuilt een lied,
een fluistering die verbintenis biedt.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem