Altijd haast, altijd rennen,
niemand stopt meer om te kennen
Praten, schreeuwen, altijd luid,
maar luisteren? Dat raakt men kwijt.
Blikken op schermen, hoofden gebogen,
ogen leeg, gedachten gezogen.
Alles snel, maar nooit oprecht,
wie neemt nog tijd? Wie ziet het echt?
Regels hier, verboden daar,
vrijheid wordt steeds schaarser, raar.
En toch slikken we, dag na dag,
met een zucht, een neppe lach.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem