Haar handen brandden
in het wollig vogelnestje
ze ontfermden zich
over de paarse eclipsen
en gleden toen weg
diep onder de stam
daar kneedden ze
wonderbaar naar
leven verlangend
ze bleven verwarmen
en op haar onderarmen
zag men de honingsporen
van ons lot ietwat verloren
een vogel vol genot
nog wat trillend prangend
en met zijn hals nog
achterover hangend
al zingende ‘Heer
er is dus meer..............
Mijn lieve hemel, God! ' M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem