Mevrouw Faber heeft haar welvaart te danken
aan de Polen die om 4 al staan al aan de Reperbaan
en aan de Roemeen al in de Aanbeilaan
al aan de illegale Marokkaan
die vis verkoopt uit Spanje van zijn marktkraam
aan de kabelleggers legers Syriers en Irakezen
die wroetend met bebloede handen
in bevroren gronden sleuven vrezen
aan de Bulgaren die voor Blokker
aan de weg in koude dozen slapen
ach, mevrouwtje Faber blijft maar gapen;
luid uit haar Rode boekje over de Noordpool lezen. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem