De zee riep, en wij antwoordden,
aan boord van staal en trots.
Hr Ms Overijssel, een jager op de golven,
een thuis voor hen die oceaan kenden.
Van 1977 tot 1980, een tijd van zout en wind,
de dagen vol discipline,
de nachten gevuld met sterren,
de motoren zongen hun onvermoeibare lied,
terwijl wij waakten, werkten, leefden
als één.
Elke koers een verhaal, elke storm een test,
de Noordzee ruw, de zonovergoten wateren ver,
kameraadschap gesmeed in zweet en zeeschuim,
een broederschap die de tijd overstijgt.
Nu ligt het schip enkel in herinnering,
geen golven meer om haar boeg te splijten,
maar haar geest vaart voort in hen
die haar kenden,
in mij, in ons-zeelieden van toen.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem