Geen trompetten klonken toen hij viel,
geen vaandels wapperden in de wind.
Ver van huis, op vreemde grond,
draag hij zijn lot, een plicht getrouw.
Ambon was zijn post, het strijdveld ruig,
maar de vijand kwam als een storm.
Gevangen genomen, ontnomen zijn vrijheid,
zijn kracht gebroken, maar niet zijn ziel.
Hainan, een naam zonder genade,
waar zwoegen geen einde kende.
Zijn handen rauw, zijn lichaam mager,
honger als wapen, ziekte als ketenen.
Beri-Beri sloopte wat overbleef,
de zon zag toe, onbewogen, koud.
Op 10 Augustus, de oorlog ten einde,
maar voor hem kwam de vrede te laat.
Nu rust hij in het Sai Wan soldatenkerkhof in Hong Kong,
tussen broeders die hetzelfde lot droegen.
Een naam in steen, maar niet vergeten,
zijn offer leeft in onze harten voort.
Johannes Reinier Odekerken,
soldaat van eer, gevallen voor zijn vaderland.
Niet alleen gestorven, maar in herinnering vereeuwigd,
een held in stilte, een licht in de tijd.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem