Langs de kant van de weg, stil en alleen,
staat een bloem, onopgemerkt, nauwelijks gezien.
De wind speelt zacht met haar tere blad,
terwijl auto's razen, gehaast en mat.
Ze buigt niet voor storm, noch voor regen,
vindt kracht in de zon, in kleine zegen.
Een reiziger stopt, kijkt even om,
ziet haar bloeien, puur en vroom.
Zo staan we soms stil langs de stroom van de tijd,
onopgemerkt, maar vol eigenheid.
En wie even kijkt, wie even wacht,
ziet schoonheid bloeien in volle kracht.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem