Een muur van woorden,
onzichtbaar, maar voelbaar zwaar.
Elke zin, elke blik
een schaduw van wat was.
Waar waarheid hoorde te wonen,
woekert stilte, koud en scherp.
Geen schreeuw, geen fluister,
slechts het knagen van wantrouwen.
Handen raken,
maar vinden niets.
Ogen zoeken,
maar ontwijken de diepte.
Je stem klinkt,
maar draagt de leegte mee.
Een stilte spreekt luider,
dan de waarheid ooit kan doen.
Wat blijft,
als de kern verdwijnt?
Een huis zonder grond,
een liefde zonder ziel.
En ik,
een vreemdeling in ons verhaal.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem