MIk zat gehurkt op een Perzisch kussentje
in de boekendoos wat loos te zoeken
toen er naast me
een haag van heerlijkheid
een geurbos fleurigheid,
zout, zweet, oksels, kruis
ze tilde fluks haar vestje op en
drukte nonchalant haar
warme, ronde, volle, zachte
recht in mijn gezichtje
daar, vlood mijn zwaargewicht
lichter dan licht werd ik
in verlegenheid een diepe
diepe zucht slakend
bemerkte ik dat zij
eveneens zeer diep inhaleerde
stil wierp ze haar hele vest
over mijn gezicht en schouders
ze duwde haar borst naar
mijn neusbrug en wiegde
op en neer met haar
zachte vlezige dop stevig
heen en weer en.... ze
zuchtte noch een keer
ik haalde dieper adem
en voelde haar hart
naast dat van mijn
vereend in stilzwijgend
akkoorden dacht mijn God
ik was gevangen op
mijn knieën hurkend
en zij speelde met het Lot
zacht en wat klam
streelde haar warme handen
langs mijn rug en schouders
subtiel door mijn haar
en ik - mijn God - ik
verlangde er naar
ze duwde mijn neus en gezicht
zacht maar zeer ferm
in haar zijden onderbuikje
en fluisterde, ‘ruik maar, ruik
niemand heeft iets
in de gaten', zachtjes
- room en bloesem, zaligheid -
zachtjes bleef ze praten
....................plotseling schrok ik wakker
met een natte broek en buik
een ronkend hart en natte hand;
‘ach Pollutie, ach Nocturne..
ach vergeten zachte brand'!
M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem