Ze tikt tegen mijn slaap,
fluistert iets onbegrijpelijks,
lacht als ik haar niet snap.
Ze rent vooruit,
ik struikel achter haar aan,
vul pagina's met halve zinnen.
Soms is ze stil,
loopt ze weg.
Laat ze me achter met lege handen
en een hoofd vol ruis.
Maar dan-
ineens is ze er weer.
Zonder waarschuwing,
zonder genade.
En ik?
Ik schrijf.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem