We stonden ooit zij aan zij,
een pad dat zich langzaam versmalde.
Woorden die vroeger vleugels gaven,
wegen nu zwaar op de adem.
Jouw blik, eens een haven,
nu een horizon die ik niet bereik.
Een stilte groeit tussen onze stemmen,
onzichtbaar maar onvermijdelijk.
Ik tast naar wat was,
maar mijn handen vinden leegte.
Herinneringen fluisteren zacht,
maar brengen geen vrede.
De draad die ons bond,
is rafelig geworden.
Niet geknapt in één ruk,
maar versleten door de dagen.
En zo lopen we verder,
jij naar daar, ik naar hier.
Niet met haat, niet met spijt,
maar gewoon niet meer samen.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem