Dood, zachte wachter van het einde,
geen vijand, maar een stille vriend.
Je komt niet luid, niet haastig,
maar als een fluistering tussen adem en stilte.
Je bent de grens waar licht vervaagt,
de schaduw die zich zacht omarmt.
Geen oordeel, geen honger,
slechts een moment van overgave.
Je ademt rust in stormachtige harten,
maakt ruimte waar leegte huist.
Je haalt niet weg,
maar keert terug naar de bron.
In jouw handen smelten dagen samen,
worden namen opgenomen in de eeuwigheid.
Je bent geen einde,
maar een doorgang naar het onbekende.
O dood,
zo gevreesd, maar toch zo onvermijdelijk.
In jouw aanwezigheid
leren we pas het leven lief te hebben.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem