Dat wat niet geboden werd
dat volgde op de warme snert
de liefde voor een grootmama
die op haar knieën werkte
de trappen blinken nu nog na
al het werk was voor m'n pa
opdat hij eens mocht gloren
maar wat samenliep
met het grote verstoren
waar is al de eenheid nu
waar dan zijn die sporen
Kleinduimpje zuigt
en word er niet wijzer van
zo wordt hij toch nooit een man
en zijn duimpje roder dan;
allen zitten ze naast elkaar
‘vast' in het moeras
met de stank van gas
en immer, immer ontevreden. M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem