Leven breekt niet met een knal,
maar met een zucht, een barst die groeit,
een haarscheur in het midden van de dag.
Wat heel leek, draagt al splinters in zich,
wat sterk stond, trilt onder het gewicht
van tijd die ongemerkt knaagt.
Handen grijpen naar wat valt,
maar lucht laat zich niet vangen,
en glas herstelt zich niet.
We zijn een mozaïek van gisteren,
stukken die niet meer passen,
maar samen toch iets vormen
dat nog ademt, dat nog leeft.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem