De klok schreeuwt zijn bevelen,
tik-tak geen respijt.
Een slaaf van de seconden, gevangen
in de strijd.
Rennen, haasten, alles sneller, nooit genoeg gedaan.
Wie durft nog te leven?
Wie durft stil te staan?
Regels, wetten, holle woorden,
opgelegd met ijzeren hand,
beloven vrijheid, maar bouwen muren
in dit kille land.
Praten zonder zeggen, lachen zonder vuur,
waar is de echo van verlangen,
waar is nog avontuur?
Genoeg van schijn, genoeg van moeten,
weg met maskers, weg met poorten!
Geef mij ruimte lucht en licht,
niet deze ketens, niet dit plichtgedicht.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem