Toen mijn hart het begaf,
was er geen donder,
geen bliksem die mij waarschuwde.
Alleen een stilte,
zwaarder dan lucht,
die op mijn borst drukte,
alsof de tijd vergat te bewegen.
Mijn handen zochten houvast,
maar de wereld week,
als zand tussen mijn vingers.
En toch, ergens in die leegte,
een zachte adem,
een flarden stem
die zei: blijf nog even.
Dus bleef ik.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem