TWEE DOCHTERS Poem by Willem van Toorn

TWEE DOCHTERS

Slaperig vroeg in de ochtend
zie ik ze de laan
uit fietsen samen, ze gaan
naar het dorp, A en S, mijn dochters.

Als ik tekenen kon
zou je hier nu een prent
zien ontstaan waar ze in
bevroren waren: heel dun
(ze zijn al haast aan het eind,
waar de weg naar het dorp begint)
waait hun haar in de wind
onder een mistige zon.

Nu moet je mij maar geloven
op wat woorden. Kijk, er blinkt
een spaak of een bel. Een lint
van langgerekt licht komt het open-
staande raam ingeschoven.

Ze zijn al achter de bomen.
Maar jij ziet hun haar nog stromen
in je hoofd. Hoor, hun fietsen
ruisen ook achter je ogen.

Ze zijn makkelijk het liefste
wat er in al dit groen
bestaat, A en S. Je ziet ze?
Dan mag je dit vers dichtdoen.

In jouw hoofd vastgelegd
raken ze even niet weg.

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Close
Error Success