Een adem, een kreet, een onbekende wereld,
zachte handen grijpen naar de lucht,
de warmte van armen, het fluisteren van stemmen,
een leven begint in de stille dageraad.
Onzekere stappen, lichte lach,
dagen strekken zich uit als open velden,
nieuwsgierigheid als een opvlammend vuur,
brandt door het gewicht van de jaren.
Dromen kronkelen als rivieren,
liefde komt en vervaagt als seizoenen,
gezichten komen en gaan als schaduwen,
de tijd beweegt voort, nooit stil.
Lijnen tekenen zich diep in de huid,
het hart slaat trager, zachter,
herinneringen rusten in de stilte,
een leven verzameld in de schemering.
Dan weer een adem, maar nu een fluistering,
de handen, ooit grijpend, vallen tot rust.
De aarde ontvangt, de hemel getuigt
-
een reis voltooid, geheel en al.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem