Licht strijkt zacht over ontwakende velden,
bomen strekken hun takken uit naar een nieuwe dag.
De lucht ademt een belofte van warmte,
terwijl vogels hun verhalen weven in de wind.
Knoppen barsten van geduld,
de aarde opent zich, gul en ongedwongen.
Een geur van nieuw begin zweeft door de straten,
waar mensen even stilstaan,
ogen op de horizon,
handen losser in hun zakken.
Voorjaar komt niet met haast,
maar met geduld,
een uitnodiging om te ademen,
om te zien.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem