Een stoel bij het raam,
ogen gericht op de verte,
waar tijd zich uitstrekt als een dunne draad.
Ademhaling in cadans met het tikken
van de klok,
schaduwen verplaatsen zich
langzaam over de muur.
Een voet tapt de grond,
vingers vouwen zich en vouwen zich weer open.
Gedachten dansen tussen hoop en berusting,
tussen verlangen en het gewicht van stilstand.
Wachten is bewegen zonder stappen,
een reis zonder vertrek.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem