De koude adem van de ochtend omhult de wereld,
en toch voelt de stilte zacht, als een warme omhelzing.
De bomen, kaal en trots, reiken naar de hemel,
hun takken als stille getuigen van de tijd.
Wangen kleuren rood van de kou,
maar jouw hand in de mijne verwarmt alles.
Elke ademteug is een wolkje,
dat oplost in de grijze lucht
maar onze woorden blijven hangen dichtbij.
Liefde is niet minder in de winter,
het is een deken van troost
tegen de scherpe wind.
Het is samen schuilen,
onder het dak van elkaars aanwezigheid.
Laat de sneeuw maar vallen,
laat de vorst maar dansen op de ramen.
Binnen deze koude maanden
bloeit een warmte die niets kan bevriezen.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem