Het zit daar,
onzichtbaar in de hoek van de kamer,
een gewicht zonder vorm,
maar met een honger die je voelt.
Het knaagt aan de rand van je gedachten,
fluistert, maar laat zich niet verstaan.
Niet luid, niet stil,
maar altijd aanwezig.
Je wilt het negeren,
zoals een vlieg die cirkels maakt om je hoofd,
maar zijn vleugels zijn scherper dan lucht,
zijn aanwezigheid doordringender dan stilte.
Je draagt het met je mee,
als een jas van glas,
schurend en breekbaar,
zichtbaar voor niemand,
maar voelbaar tot in je merg.
Het ongemak eet,
en jij kijkt toe,
zonder mes, zonder vork,
want het is jou die het consumeert.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem