Haar stem, warm als zonlicht,
glijdt door de kamer,
woorden geweven als fijne stof,
vol kleuren uit een andere tijd.
Ze spreekt over dagen die kwamen en gingen,
over dansen op kasseien
en de geur van versgebakken brood
die de ochtenden vulde.
Een wereld van eenvoud en kracht,
waar lachen de stormen brak
en elke handdruk een belofte was.
Haar ogen glimmen bij elke herinnering,
glinsterend als dauw in het vroege licht,
en wij, luisterend, vergeten de tijd,
gevangen in haar verhalen,
als bladeren in de stroom van een rivier.
Haar verhalen blijven hangen,
als zachte echo's in onze gedachten,
een erfgoed van woorden,
dat nooit zal verdwijnen.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem