Zachte wind waait door de straten,
een stem die lang verzwegen was
vindt eindelijk klank in hoopvolle harten.
Mensen lopen lichter,
ogen lichten op als vensters die opengaan.
Een stad ademt vrijheid
even, net lang genoeg om te geloven.
Dan dondert staal over kasseien,
rupsbanden drukken sporen in dromen,
woorden verstommen onder zware laarzen.
Toch blijft ergens in de stenen,
in een vergeten hoek van de stad,
een echo van wat had kunnen zijn.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem