Het plaveisel herinnert zich onze stappen,
zachte echo's van gelach tussen de stenen.
Schaduwen reikten lang in de gloed van de avond,
vingers verstrengeld, harten kalm in
de stilte van de schemering.
Ramen flikkerden met verhalen die niet de onze waren,
lantaarnlicht goot goud over stille wegen.
De geur van regen hing in de lucht,
fluisteringen van gisteren rustend in de bries.
Elke bocht droeg een herinnering,
elke hoek een pauze voordat we verder gingen.
De straten blijven, onveranderd,
maar onze voetstappen zijn vervaagd in de tijd.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem