Hoger Zal De Mens Niet Kunnen Reiken Poem by Madrason .

Hoger Zal De Mens Niet Kunnen Reiken

Met haar ogen dwingt ze de myriaden grassprieten
de koorn-halmen en de rietstengels tot buigen
als hij keert en aan haar denkt werpt zij tegenwinden
niet omdat ze geen lust kent maar om de beminden
vinden moeten ze elkaar maar niet zonder weerstand
de aren staren naar al die gebaren maar kunnen niets verklaren
dan het moment waarop men ziet dat de mensen niet als bomen zijn
en in de seizoenen kunnen berusten en kunnen zwijgen
ze lopen er niet van tussen om elders wel hun gerief te verkrijgen
goud plast de regen langs de gewassen en spoelt de zonden er van af
God staart meewarig op zijn verkregen regenbogen
en hen die in Toga togen, streden tegen het grootste onrecht
te leven voor liefde zonder enkel gevecht noch ervaren
ach de jaren verklaren de barsten, de scheuren, het grauwe en de grijze haren
zilver van goud af dat is zo gek toch nog niet
ach konden we bedaren, verzonken in de rust
proostend om de jaren, nee de maanden, nee de dagen
onze blikken vervagen ach dan toch de uren, zie ze turen
het verf pelt van de planken als acrobaten, de bloemen
rollen aan zeeën behang torsend de decadentie
het melodieuze verval, de decrescendo's
de warme aders kloppen door de droge wanden
nog steeds houden ze elkaars handen
alles vervalt behalve dat gebouw
kloppend van hun Trouw!

COMMENTS OF THE POEM
READ THIS POEM IN OTHER LANGUAGES
Madrason .

Madrason .

waalwijk netherlands
Close
Error Success