Ogen zwaar, als gordijnen die weigeren te sluiten.
Gedachten, als wolken, drijven traag
maar onrustig voorbij.
Het lichaam schreeuwt om rust,
maar de wereld blijft roepen, altijd verder, altijd meer.
Voeten slepen zich door de dagen,
elk moment een herinnering aan wat was.
De zon lijkt feller, de wind harder,
alsof de wereld weet dat ik moe ben.
Het is geen slaap die alles oplost,
naar een verlangen naar stilte,
een plek waar de druk verdwijnt,
waar alleen ademhaling genoeg is.
Vermoeid zijn is geen zwakte,
maar de aandacht van de ziel,
die vraagt on zachtheid,
om een pauze in het onophoudelijke.
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem