Ik ben in wezen
altijd wezen
‘verstoten' door
de werkelijkheid
van mij heb je
toch niets te vrezen
ik heb mezelf
al lang bevrijd
ik word gehaat
en ook benijd
en door de tijd
gebenedijd
geradbraakt
door de jaloezie
gespleten door
tweeslachtigheid
maar als de mens
moe, uitgestreden
en vaak genoeg is
uitgegleden
dan komt men vaak
terug op schreden
en mist men geen
gelegenheden
ja gaat men zelfs
ommewegen en
brengt mij liefde
hulde en zegen
maar de zon die
wordt geen regen
ik ben in wezen
altijd wezen
van mij heeft men
niets te vrezen
dan een mantel
eigenheid! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem