Wat moet ik nog kwaken
wachtend op prinses
op een wit paard
waakzaam blijven
tegen te kleffe lijven
wrijven de wijven lelijks in
ik moet haast braken
van de kots -klots, klots-
die ze bij me dumpen
en boeddhistische aarde
heeft voor hen geen waarde
dan mijn luisterend oor
en spontane geschenken
zetten niet aan
tot beter mens of
verstandig denken
hoor het kraken
van de lelijkheid
die uit mijn eigen
lijf wil breken
doet boeken spreken
dus breek me de bek
niet meer open
het is te bezopen
dat ik Doof en Blind
als vrienden vind.
Madrason 21 08-2009
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem