Zwart is de iris die jou zag
groter werd hij door jouw lach
wit is de spiegel van onze zielen
in jouw ziel staan rode aders
van de pijn van nu en die van je vaders
in de mijne staat steeds alles blank
blank van zilte tranen,
dankbaar voor jouw dag
dankbaar voor jouw geduld en jouw gezag
met op je lippen prangende ‘broeder'
zo naar samenzijn verlangend
geef me je marmer en geef me je pijn
vergeef me om mijn blinde zijn
in het daglicht wil ik naast je
in jouw schaduw wil ik lopen
om het leed iets te verzachten
en je troosten in
jouw zwaarste nachten
domheid is het koude laken
die de liefde doet verzaken
Maya, Malcolm en ook Martin
en Muhammad allen spraken,
braken het ijs, traden vol trots
als een rots in de bloedige branding
en op die rots nu zitten wij
samen
naakt in ons bestaan
‘korreltje zand'
en ‘rode traan'
een nieuwe tijd
breekt morgen aan! M
This poem has not been translated into any other language yet.
I would like to translate this poem